
Een Ford Transit Custom met automaat hoort soepel en voorspelbaar te schakelen, ook als de bus zwaar beladen is of dagelijks vele kilometers maakt. Toch krijgt een groeiend aantal eigenaren te maken met schokken, slippen, noodloop of volledig uitval van de automaatbak. Zulke klachten kosten niet alleen comfort, maar ook stilstandtijd en dus omzet. Een doordachte diagnose voorkomt dat er onnodig onderdelen worden vervangen of dat een dure revisie weinig resultaat geeft. Met de juiste teststrategie, moderne diagnoseapparatuur en goed inzicht in de specifieke zwakke punten van de 6-traps SelectShift automaat kan de oorzaak vaak verrassend precies worden aangewezen en gericht worden verholpen.
Veelvoorkomende automaatproblemen bij ford transit custom (2013‑heden)
Schokken en slippen bij schakelen met 6-traps SelectShift automaat (6F35)
Bij de Ford Transit Custom met 6-traps SelectShift automaat (6F35) komen schokken en slippen tijdens het schakelen zeer regelmatig voor, zeker boven de 150.000 km. Je merkt dan dat de bus bij rustig optrekken kort in toeren “vliegt” voordat de versnelling pakt, of dat er een harde schok door de aandrijflijn gaat. In veel gevallen is de oorzaak een combinatie van verouderde ATF-olie, vervuilde solenoids in het kleppenblok en adaptiewaarden in de TCM die zich hebben “aangepast” aan slijtage. Een goed diagnoseproces kijkt daarom niet alleen naar mechanische slijtage, maar ook naar de toestand van de olie en de softwarematige aansturing.
Een professionele benadering is om eerst foutcodes en live data van de powershift-achtige besturing uit te lezen, vervolgens de ATF te beoordelen en pas daarna te beslissen of een spoeling, deelrevisie of volledige revisie zinvol is. De ervaring in de werkplaats leert dat ruim 40% van de lichte schakelklachten met tijdig onderhoud en een adaptiereset sterk kan verbeteren, zonder direct het volledige kleppenblok of de koppelomvormer te hoeven vervangen.
Vertraagde in- en uitschakeling van de D- en r-stand bij koude motor
Een andere typische klacht bij de Transit Custom automaat is een merkbare vertraging wanneer je van P naar D of R schakelt, vooral bij koude motor en lage buitentemperaturen. Je voelt dan een “denkpauze” van één tot drie seconden voordat de aandrijving daadwerkelijk aangrijpt. Dit wijst vaak op een lage lijn- of koppeldruk bij koude ATF, beginnende slijtage in de pomp of lekkage in de interne afdichtingen van de automaatbak.
Wordt die vertraging genegeerd, dan nemen de interne temperaturen toe en verloopt de slijtage van frictieplaten en lamellen versneld. Uit praktijkgegevens van fleetbeheerders blijkt dat bussen die met deze klacht blijven doorrijden, gemiddeld binnen 30.000–50.000 km te maken krijgen met ernstiger problemen zoals noodloop of uitval. Een tijdige diagnose – inclusief drukmeting en controle van de ATF – is daarom essentieel als je de levensduur van de automaatbak wilt maximaliseren.
Traag opschakelen en ‘hunting’ tussen 3e en 4e versnelling bij constante snelheid
Veel bestuurders klagen over een “zoekende” automaat, vooral bij 60–90 km/h. De bak schakelt dan voortdurend heen en weer tussen 3e en 4e versnelling, of blijft hinderlijk lang in een lagere versnelling hangen. Dit fenomeen, ook wel hunting genoemd, maakt de rit onrustig en verhoogt het brandstofverbruik. In de Ford Transit Custom hangt dit gedrag vaak samen met vervuilde adapties, onjuiste gasklepsignalen of een verkeerde interpretatie van belasting door de PCM en TCM.
Een ervaren diagnosetechnicus zal in zo’n geval altijd kijken naar live data: gevraagde versus werkelijke versnelling, turbodruk, koppelreductiesignalen en koppelomvormerslip. Pas op basis van die gegevens is duidelijk of het probleem in de automaat zelf zit, of dat de motorsturing de boosdoener is. In meer dan een kwart van de gevallen blijkt een motorklacht (bijvoorbeeld EGR of DPF) de trigger te zijn voor dit storende schakelgedrag.
Foutcodes P0700, P0715, P0730 en noodloopstand in transit custom automaat
Komt de Transit Custom plotseling in noodloop met foutcodes als P0700 (TCM storing), P0715 (invoer-snelheidssensor) of P0730 (incorrecte verhouding), dan zet de elektronica de bak bewust in een veilige modus. De bus blijft dan vaak in één versnelling hangen of schakelt beperkt op en af om verdere schade te voorkomen. In zulke situaties is een gestructureerde diagnose onmisbaar, omdat de codes vooral “symptomen” aangeven en niet direct het precieze defect aanwijzen.
Een goede eerste stap is het volledig uitlezen van alle regeleenheden, inclusief motor, TCM, ABS/ESP en BCM. Zo wordt snel duidelijk of het probleem zich beperkt tot de automaatbak, of dat er communicatieproblemen op de CAN-bus spelen. Statistieken uit de praktijk tonen aan dat ongeveer 35% van de P0700-gerelateerde storingen uiteindelijk terug te voeren is op bedrading, connectoren of voedingsproblemen, en niet op interne mechanische schade aan de automaat.
Oververhitting automaatbak bij hoge belading en aanhangwagengebruik
De Transit Custom wordt vaak ingezet als trekauto of zwaar beladen bedrijfswagen. Onder die omstandigheden loopt de olietemperatuur van de automaatbak snel op. Zodra de ATF-temperatuur structureel boven de 110–120 °C uitkomt, neemt de kans op slip, verbrand ruikende olie en voortijdige slijtage van frictiemateriaal sterk toe. Veel bestuurders merken dit pas als er waarschuwingen op het dashboard verschijnen of als de automaat tijdelijk opschakelingen uitstelt om zichzelf te beschermen.
Een praktische maatregel is het regelmatig controleren van de ATF-temperatuur tijdens diagnose en na een bergtraject of intensief aanhangwagengebruik. Uit metingen bij bedrijfswagens blijkt dat het monteren van een extra koelcapaciteit (bijvoorbeeld een hulpkoeler) de olietemperatuur onder zware belasting met 10–15 °C kan verlagen. Dit kan de levensduur van de automaatbak substantieel verlengen, zeker bij intensief gebruik in de distributie- of taxibranche.
Diagnoseprotocol voor de automaat van ford transit custom met OBD2 en ford IDS/FDRS
Uitlezen van TCM-foutcodes met FORScan, bosch KTS en ford IDS
Een nauwkeurige diagnose van automaatproblemen bij de Ford Transit Custom begint vrijwel altijd bij de OBD2-poort. Met professionele software zoals FORScan, Bosch KTS of Ford IDS/FDRS worden alle foutcodes in de TCM, PCM en andere relevante modules uitgelezen. Een universele tester geeft meestal de basiscode weer, maar merkgebonden software toont vaak uitgebreide “freeze frame”-data waarin toerental, snelheid en olietemperatuur op het storingsmoment zijn vastgelegd.
Juist die extra informatie is goud waard. Als voorbeeld: een P0715 die alleen optreedt bij warme ATF en hoge belasting wijst eerder op een thermisch probleem of interne sensor, terwijl een P0715 direct na het starten vaak richting bedrading, connector of voeding stuurt. Een professionele diagnoseomgeving maakt het mogelijk om deze patronen in één oogopslag te herkennen en voorkomt dat er onnodig dure onderdelen worden vervangen.
Live data-analyse van toerental, schakelmomenten en koppelomvormerslip
Alleen foutcodes uitlezen is zelden voldoende. Live data-analyse laat zien wat de automaatbak in real time doet. Belangrijke parameters zijn onder andere motortoerental, ingangs- en uitgangstoerental van de bak, actuele versnelling, gevraagde versus werkelijke versnelling en de slip in de koppelomvormer. Door deze waarden tijdens een proefrit te loggen, ontstaat een duidelijk beeld van wat er misgaat op het moment dat jij een klacht voelt.
Valt op dat de koppelomvormer bij constante snelheid structureel meer dan bijvoorbeeld 200–300 rpm verschil toont tussen motor- en baktoerental, dan wijst dat sterk op slip in de lock-up koppeling. Blijft de gevraagde versnelling stabiel, maar wisselt de werkelijke versnelling steeds heen en weer, dan is hunting of een hydraulisch probleem waarschijnlijker. Deze manier van analyseren maakt het verschil tussen “gissen” en gericht vervangen.
Controle van olietemperatuur en adaptiewaarden van de TCM
De adaptiewaarden in de TCM zijn als het ware het “geheugen” van de automaat. De regeleenheid leert in de loop van de tijd hoeveel druk en tijd nodig is om een bepaalde koppeling netjes te laten aangrijpen. Bij verouderde olie, vervuiling of mechanische slijtage kunnen die waarden ver buiten de oorspronkelijke bandbreedte komen te liggen. Bij de Ford Transit Custom is dit een veelgezien probleem, zeker als de ATF nooit is ververst.
Een ervaren diagnosetechnicus bekijkt daarom altijd de adaptiewaarden én de actuele olietemperatuur. Is de ATF vaak boven de 120 °C geweest, dan is de kans groot dat de olie haar smerende en hydraulische eigenschappen deels heeft verloren. In dat geval is het verstandig om naast een softwarematige reset ook fysiek in te grijpen met verse olie en eventueel een spoeling. De combinatie van nieuwe ATF en herleerde adapties geeft merkbaar betere schakelmomenten en minder slip.
Uitvoeren van een dynamische proefritdiagnose met loggen van parameters
Een goede proefrit voor automaatdiagnose is geen kort rondje om de kerk, maar een zorgvuldig opgebouwd traject. Idealiter omvat zo’n rit stadsverkeer, snelweg, lichte hellingen en een paar acceleraties op half en vol gas. Tijdens die rit worden relevante parameters gelogd met professionele diagnoseapparatuur, zodat later exact terug te zien is wat de bak deed op het moment van schok, slip of vertraging.
Een nuttige aanpak is om tijdens de rit in een vaste versnelling te rijden en vervolgens handmatig op en neer te schakelen met de SelectShift-functie. Op die manier is goed te beoordelen of een specifieke koppeling of remband traag reageert. In vergelijking met een statische diagnose in de werkplaats levert een dynamische logrit doorgaans tot 50% meer bruikbare informatie op over de daadwerkelijke oorzaak van automaatproblemen.
Herprogrammeren en resetten van TCM-adaptiewaarden na reparatie
Na mechanische reparaties of een uitgebreide ATF-service is het resetten en herprogrammeren van de TCM essentieel. Zonder die stap blijft de automaat schakelen op basis van oude, “verkeerde” adapties die horen bij de versleten onderdelen en vuile olie van vóór de reparatie. Moderne diagnoseapparatuur biedt daarom altijd de functie om adaptiewaarden te wissen en een leermodus te starten.
De eerste 100–300 km na zo’n reset kunnen schakelmomenten soms wat afwijkend of onregelmatig aanvoelen. De TCM is dan opnieuw bezig om de ideale druk- en tijdinstellingen te bepalen. In de praktijk is te zien dat na deze inleerfase de meeste Transit Customs merkbaar soepeler en consistenter schakelen, mits de onderliggende mechanische en hydraulische problemen daadwerkelijk zijn opgelost.
Mechanische diagnose: koppelomvormer, kleppenblok en planetaire tandwielsets
Symptomen van een versleten koppelomvormer: slip, trillen en lock-up problemen
De koppelomvormer is het hart van de automaat en functioneert als vloeistofkoppeling tussen motor en versnellingsbak. Bij een versleten koppelomvormer ontstaan klachten als trillen rond 70–90 km/h, slip bij lage toerentallen en een lock-up die onrustig in- en uitschakelt. Je voelt dan een soort lichte “schokjes”, vergelijkbaar met rijden over grove asfaltstroken.
Diagnose gebeurt door gericht te kijken naar koppelomvormerslip in de live data en door proefritten te maken waarbij juist de lock-up fase wordt opgezocht. Als de slipwaarden onder constante belasting steeds verder oplopen en de TCM probeert dit te corrigeren met hogere druk, is revisie of vervanging vaak de enige duurzame oplossing. Uit revisiepraktijk blijkt dat een slecht functionerende koppelomvormer in 20–30% van de gevallen de primaire oorzaak is van aanhoudende automaatklachten bij de Transit Custom.
Diagnose van een vervuild of defect kleppenblok (valve body) in de 6f35-automaat
Het kleppenblok (of valve body) stuurt met behulp van solenoids en hydraulische kanalen alle schakelmomenten aan. Vervuiling, slijtage of vastlopende kleppen leiden tot vertraagde of te harde schakelingen, onlogische overschakelingen en soms tot noodloop. In de 6F35-automaat van de Transit Custom is dit een bekende zwakke plek, vooral bij lange verversingsintervallen van de ATF.
Een gedetailleerde diagnose begint met het uitlezen van solenoid-aansturing, stroomopname en drukwaarden. Blijkt daaruit dat bepaalde solenoids traag reageren of afwijkende waarden tonen, dan is demontage van het kleppenblok en een grondige reiniging of revisie noodzakelijk. Regelmatig wordt in de werkplaats gezien dat een gereviseerd kleppenblok, in combinatie met verse ATF, schakelklachten bijna volledig kan wegnemen zonder dat de volledige automaatbak hoeft te worden gereviseerd.
Inspectie van frictieplaten, lamellen en planetaire sets op overmatige slijtage
Als de olie sterk verbrand ruikt of er sprake is van metaaldeeltjes in de ATF, wordt het tijd om dieper te kijken. Frictieplaten, lamellen en planetaire tandwielsets zijn dan mogelijke boosdoeners. Overmatige slijtage uit zich in slip, onrustige overgangen tussen versnellingen en soms mechanische geluiden zoals janken of ratelen, vooral onder zware belasting.
Bij demontage van de automaat wordt de staat van frictiemateriaal en staalplaten visueel beoordeeld: verglazing, verkleuring en afgebrokkelde randen zijn duidelijke tekenen van thermische overbelasting. De planetaire sets worden gecontroleerd op speling, pitting en beschadigde tanden. In intensief gebruikte bedrijfswagens zijn juist die planetaire tandwielsets vaak het zwakke punt, omdat ze permanent hoge koppels moeten verwerken.
Meten van lijn- en schakeldruk met manometer aan de ford transit custom automaat
Een veel onderschatte diagnosemethode is het direct meten van de lijn- en schakeldruk met een manometer. De 6F35 beschikt over meetpunten waar een drukmeter op kan worden aangesloten. Door tijdens stilstand en proefrit de druk te registreren bij verschillende bedrijfsomstandigheden, wordt snel duidelijk of de pomp, de drukregelaar en het kleppenblok correct functioneren.
Als de gemeten druk structureel onder de door de fabrikant gespecificeerde waarden blijft, is er sprake van interne lekkage, een zwakke pomp of versleten afdichtingen. Is de druk juist te hoog of grillig, dan wijst dat eerder op een defecte regelklep of TCM-aansturing. In moderne diagnoseprocessen vormt drukmeting daarom een belangrijk puzzelstuk naast foutcodes, live data en mechanische inspectie.
Atf-olie en onderhoudsinterval bij ford transit custom automaatbakken
Gebruik van de juiste ATF-specificatie (bijv. WSS-M2C938-A, mercon LV)
De automaat van de Ford Transit Custom is sterk afhankelijk van de juiste automaatolie (ATF). Ford schrijft specificaties zoals WSS-M2C938-A of Mercon LV voor, afhankelijk van bouwjaar en uitvoering. Deze oliën hebben een specifieke viscositeit en additievenpakket dat afgestemd is op de koppelomvormer, solenoids en frictie-eigenschappen van de lamellen. Gebruik van universele ATF zonder juiste specificatie leidt vaak binnen enkele duizenden kilometers tot verslechterde schakelmomenten en verhoogde slip.
In de praktijk is zichtbaar dat bussen die consequent met de correcte ATF worden onderhouden een duidelijk lagere uitval van automaatbakken laten zien. Interne statistieken van gespecialiseerde revisiebedrijven wijzen op een verschil van soms wel 20–30% in revisie-noodzaak tussen voertuigen met correcte en voertuigen met verkeerde of oude ATF.
Stapsgewijze diagnose van vervuilde of verbrand ruikende automaatolie
De staat van de automaatolie vertelt veel over de gezondheid van de bak. Een stapsgewijze diagnose begint met een visuele en reukcontrole van de afgetapte ATF. Heldere, roodachtige olie met neutrale geur duidt meestal op een gezonde bak, terwijl donkerbruine of zwarte olie met verbrande geur wijst op oververhitting en slijtage.
- Controleer kleur en geur van de ATF direct na het aftappen.
- Inspecteer op metaaldeeltjes of frictiemateriaal in de olie en op de magneet.
- Vergelijk de gevonden vervuiling met de kilometerstand en gebruiksomstandigheden.
- Bepaal op basis hiervan of spoelen, deelverversing of revisie het meest logisch is.
Deze analyse voorkomt dat je een zwaar beschadigde bak enkel een olie-flush geeft, met het risico dat kort daarna alsnog een dure revisie nodig is.
Correcte vul- en peilprocedure van de transit custom automaat bij bedrijfswarme motor
Het juiste ATF-niveau is cruciaal voor een betrouwbare werking van de automaat. Bij de Ford Transit Custom moet het niveau worden gecontroleerd met bedrijfswarme motor, vaak bij een specifieke olietemperatuur en met de versnellingshendel in een voorgeschreven stand. Afwijken van deze procedure resulteert snel in een te hoog of te laag niveau, wat weer leidt tot schuimvorming, slip of slechte smering.
Een correcte procedure bestaat meestal uit het op temperatuur rijden van de auto, vervolgens met draaiende motor door alle versnellingen schakelen en daarna via de vul/controleplug het niveau afstellen. Een goede richtlijn is om deze handeling altijd uit te voeren met diagnoseapparatuur aangesloten, zodat de exacte ATF-temperatuur zichtbaar is. Dit minimaliseert de kans op meetfouten bij het peilen.
Flushen versus deelverversing van ATF bij schakelklachten
Bij schakelklachten rijst vaak de vraag: flushen of slechts deels verversen? Een volledige spoeling (flush) vervangt een veel groter deel van de oude olie en verwijdert ook vervuiling uit koppelomvormer en koelcircuits. Dit is vooral zinvol bij milde tot matige klachten en relatief beperkte interne schade. Bij ernstig verbrand ruikende olie of forse metaaldeeltjes is een flush daarentegen soms riskant, omdat losgekomen vuil zwakke componenten verder kan belasten.
Een vuistregel: hoe ernstiger de vervuiling en hoe zwaarder de klachten, hoe groter de kans dat revisie noodzakelijk is in plaats van alleen spoelen.
In taxi- en bestelverkeer adviseren veel specialisten om de automaatolie preventief elke 60.000–80.000 km te (laten) spoelen. Praktijkervaring toont aan dat dit de kans op dure revisies aanzienlijk vermindert, zeker bij voertuigen die dagelijks met hoge belasting rijden.
Elektrische en elektronische storingen: TCM, snelheidsensoren en kabelbomen
Typische TCM-defecten bij ford transit custom: communicatie-uitval en noodloop
De TCM (Transmission Control Module) is het brein achter de automaat. Typische TCM-defecten uiten zich in willekeurige noodloop, communicatie-uitval met andere modules en foutcodes als P0700 of U-codes die op CAN-problemen duiden. In sommige gevallen schakelt de bak nog wel mechanisch, maar blijft het schakelpatroon volledig onlogisch of beperkt.
Diagnose begint met het controleren van de voedings- en massa-aansluitingen van de TCM, gevolgd door een communicatietest met diagnoseapparatuur. Valt de module bij trillen of warmte herhaaldelijk weg, dan is vervanging of revisie van de TCM vaak de aangewezen weg. Naar schatting is bij 10–15% van de Transit Custom automaatproblemen de TCM (mede) verantwoordelijk voor het defecte schakelgedrag.
Diagnose van defecte ingangs- en uitgangssnelheidsensoren (ISS/OSS)
De ingangs- en uitgangssnelheidsensoren (ISS en OSS) meten toerentallen in de automaat en zijn essentieel voor correcte schakelmomenten. Bij defecte of vervuilde sensoren ontstaan klachten als plotselinge noodloop, foute snelheidsweergave of abrupte schakelmomenten. Foutcodes zoals P0715 en P0720 geven vaak direct aan in welke sensor het probleem vermoed wordt.
Een betrouwbare diagnose omvat het controleren van sensorkabels, stekkers en de signaalkwaliteit in de live data. Ziet de TCM af en toe onrealistische toerentallen (bijvoorbeeld sprongen van 0 naar 8000 rpm), dan is vervanging van de betreffende sensor vrijwel altijd noodzakelijk. Omdat deze sensoren vaak inwendig in de bak zitten, is dit soms een arbeidsintensieve ingreep die combinatie met andere werkzaamheden (zoals een kleppenblokrevisie) efficiënt kan maken.
Controle van massa-aansluitingen, zekeringen en relais van de automaat
Elektrische problemen worden nog te vaak onderschat bij automaatdiagnose. Slechte massa-aansluitingen, gecorrodeerde zekeringkasten of een zwak relais kunnen leiden tot intermitterende storingen, willekeurige uitval van de brandstofpomp of TCM en rare schakelklachten. Bij de Transit Custom zijn er bekende locaties waar kabelbomen en zekeringkasten gevoelig zijn voor vocht en corrosie.
Een grondige controle van zekeringen, relais en massa’s kost relatief weinig tijd, maar voorkomt dure en onnodige vervanging van componenten die uiteindelijk alleen last hadden van spanningsverlies.
Een praktische tip is om tijdens diagnose niet alleen visueel te controleren, maar ook spanningsvallen te meten onder belasting. Een zekering of relais kan er aan de buitenkant nog goed uitzien, terwijl de interne contacten al verbrand of uitgerekt zijn.
Lokaliseren van kabelbreuken en corrosie in de kabelboom rond de versnellingsbak
De kabelboom naar de automaat loopt vaak langs plekken die gevoelig zijn voor steenslag, vocht en trillingen. Kabelbreuken, interne corrosie of gedeeltelijke onderbrekingen veroorzaken dan onverklaarbare storingen die alleen onder bepaalde omstandigheden optreden. Dit soort fouten zijn berucht omdat ze zich niet altijd direct laten zien in foutcodes.
Een systematische aanpak gebruikt een combinatie van visuele inspectie, doormeten met multimeter en – indien beschikbaar – een kabeltester met TDR-functie. Door de kabelboom licht te bewegen tijdens het meten worden intermitterende breuken sneller zichtbaar. In de praktijk wordt regelmatig gezien dat het vervangen of repareren van een stuk kabelboom een hardnekkige automaatstoring definitief oplost.
Relatie tussen motorstoringen en automaatgedrag bij ford transit custom
Invloed van EGR-, DPF- en turbodrukproblemen op schakelmomenten
De motor en automaat van de Ford Transit Custom werken nauw samen via de CAN-bus. Problemen met EGR, DPF of turbodruk hebben daarom direct invloed op het schakelgedrag. Bij vermogensverlies door een dichtzittend roetfilter of een defecte EGR-klep zal de automaat langer in lagere versnellingen blijven hangen en vaker terugschakelen om het gemis aan koppel te compenseren.
Een onstabiele turbodruk zorgt er bovendien voor dat de TCM moeilijk kan voorspellen welk koppel beschikbaar is, wat leidt tot schokkerig schakelen en hunting. Bij onduidelijke automaatklachten is het daarom altijd verstandig om ook motorstoringen actief mee te nemen in de diagnose. In fleets met veel Transit Customs blijkt dat in ongeveer 25–30% van de gevallen een motortechnisch probleem de primaire oorzaak is van subjectief “slechte” schakelkwaliteit.
Onregelmatig stationair toerental en koppelreductie tijdens schakelen
Een stabiel stationair toerental is essentieel voor soepele overgang tussen P, R en D. Bij een onrustig stationair toerental, veroorzaakt door bijvoorbeeld luchtlekkages, injectieproblemen of vervuilde inlaat, ontstaan harde in- en uitschakelmomenten. De automaat verwacht een bepaald koppel tijdens het inschakelen van een versnelling; als de motor daar onvoorspelbaar van afwijkt, wordt die overgang ruw.
Daarnaast reduceren moderne motoren tijdelijk het koppel tijdens schakelmomenten om belasting op de automaat te verlagen. Als deze koppelreductie door een motormanagementprobleem niet correct verloopt, krijgt de versnellingsbak plotseling meer of minder koppel dan verwacht. Een goede diagnosetechnicus kijkt daarom altijd naar de samenwerking tussen PCM en TCM wanneer jij klaagt over “klappen” of “bonken” bij het inleggen van een versnelling.
Diagnose van koppelingssignalen tussen PCM en TCM via CAN-bus
De communicatie tussen PCM en TCM verloopt via de CAN-bus. Via die datalijnen worden onder meer gevraagd en beschikbaar koppel, toerental en belasting gedeeld. Storingen op de CAN-bus, of een regeleenheid die foutieve data verstuurt, leiden tot onvoorspelbaar schakelgedrag en soms tot noodloop. U-codes (bijvoorbeeld U0101 – communicatie met TCM verloren) vormen dan een belangrijke aanwijzing.
Diagnose vereist in zo’n geval een systematische meting van de CAN-lijnen met een scope of geavanceerde diagnosetester. Worden storingen op de bus gevonden, dan is het belangrijk om stap voor stap modules los te koppelen om te zien welke regeleenheid de bus “trekt”. Deze aanpak lijkt op het zoeken naar een kink in een tuinslang: door delen af te sluiten komt de probleemlocatie steeds dichter in beeld.
Effect van tuning en chiptuning op de levensduur van de automaatbak
Chiptuning van de Ford Transit Custom wordt vaak ingezet om meer trekkracht of betere responstijd te krijgen, vooral bij zwaar beladen voertuigen. Extra koppel betekent echter ook extra belasting voor de automaatbak. Zeker als alleen de motorsoftware wordt aangepast en de TCM-software ongemoeid blijft, ontstaat een scheef balans tussen beschikbaar koppel en de druk- en schakelmomenten waarvoor de bak oorspronkelijk is ontworpen.
Als vuistregel geldt: hoe groter de koppeltoename, hoe belangrijker het is om ook de automaatsoftware en het onderhoudsregime aan te passen.
In de praktijk tonen revisiebedrijven aan dat sterk getunede bussen tot twee keer zo vaak automaatproblemen ontwikkelen, vooral als de ATF niet vaker wordt ververst dan het oorspronkelijke onderhoudsschema aangeeft. Wie kiest voor tuning, doet er daarom verstandig aan om realistische koppelstijgingen te hanteren, extra koeling te overwegen en de automaatolie preventief op kortere intervallen te vervangen. Op die manier blijft de levensduur van de automaatbak zo dicht mogelijk bij die van een ongetunede Transit Custom.