
Moderne voertuigen zijn uitgerust met steeds geavanceerdere automatische vergrendelingssystemen die bedoeld zijn om de veiligheid van inzittenden te verhogen. Deze systemen vergrendelen automatisch de deuren wanneer de auto in beweging komt, vaak bij snelheden boven de 10 km/u. Hoewel deze functionaliteit voor veel bestuurders een welkome veiligheidsmaatregel vormt, ervaren anderen het als een hindernis. Sommige situaties vereisen namelijk snelle toegang tot het voertuig, zoals bij werkzaamheden waarbij frequent in- en uitstappen nodig is, of bij noodsituaties waarbij hulpverleners snel toegang moeten hebben tot het voertuig.
De wens om automatische vergrendeling uit te schakelen komt voort uit praktische overwegingen. Bestuurders van bedrijfswagens, campers of voertuigen die gebruikt worden voor specifieke werkzaamheden ondervinden regelmatig dat het automatische systeem hun werkflow verstoort. Bovendien kunnen ouders die kleine kinderen vervoeren de behoefte hebben om volledige controle over het vergrendelingssysteem te behouden.
Verschillende typen automatische vergrendelingssystemen in moderne voertuigen
Het begrijpen van de verschillende types automatische vergrendelingssystemen vormt de basis voor het succesvol uitschakelen ervan. Moderne voertuigen gebruiken verschillende technologieën die elk hun eigen uitschakelprocedure hebben. De meest voorkomende systemen zijn speed-sensitive locking, proximity-based systems, en smart key functionaliteit.
Centrale vergrendeling met afstandsbediening deactiveren
Traditionele centrale vergrendelingssystemen werken via een Body Control Module (BCM) die signalen ontvangt van verschillende sensoren in het voertuig. Deze systemen zijn vaak het eenvoudigst uit te schakelen omdat ze afhankelijk zijn van een enkele instelling binnen het elektronische besturingssysteem. Bij veel voertuigen kunt u de functie uitschakelen door de vergrendelingsknop op het dashboard gedurende enkele seconden ingedrukt te houden, zoals gebruikers van Citroën Picasso C4 hebben ervaren.
Het uitschakelen van deze systemen vereist vaak toegang tot het vehicle settings menu via het infotainment systeem. Sommige fabrikanten hebben deze instelling echter bewust verborgen in submenu’s die alleen toegankelijk zijn met specifieke key combinations of via professionele diagnostische apparatuur.
Keyless entry systemen uitschakelen via BCM programmering
Keyless entry systemen zijn complexer omdat ze geïntegreerd zijn met meerdere voertuigmodules. Deze systemen communiceren constant met de sleutelhanger om de afstand tussen sleutel en voertuig te bepalen. Het uitschakelen ervan vereist meestal aanpassingen aan de BCM programmering, wat betekent dat u toegang nodig heeft tot fabrikant-specifieke diagnosesoftware.
De programmering van keyless systemen omvat verschillende parameters zoals proximity detection range, automatic locking speed threshold, en unlock behavior bij het uitzetten van de motor. Het wijzigen van deze instellingen kan onbedoelde gevolgen hebben voor andere voertuigfuncties, dus voorzichtigheid is geboden bij het maken van aanpassingen.
Proximity sensors en smart key functionaliteit blokkeren
Smart key systemen gebruiken geavanceerde proximity sensors die de aanwezigheid van de sleutel binnen een bepaalde radius detecteren. Deze systemen zijn ontworpen om automatisch te vergrendelen wanneer de sleutel zich op een vooraf bepaalde afstand van het vo
ertuig bevindt. Het uitschakelen van deze functionaliteit kan soms eenvoudig door een instelling in het menu, maar in andere gevallen moet de smart key module via de diagnosepoort worden geherprogrammeerd.
In enkele modellen is het mogelijk om de proximity sensors tijdelijk te blokkeren via een knop op de sleutel of in het dashboardmenu (bijvoorbeeld een optie als “passieve entry uitschakelen”). Bij andere voertuigen zijn externe oplossingen nodig, zoals een “Faraday pouch” voor de autosleutel om het signaal fysiek te blokkeren. Dit is minder elegant, maar wel effectief en volledig omkeerbaar. Let op dat het volledig deactiveren van smart key functionaliteit soms in strijd kan zijn met de ontwerpspecificaties van de fabrikant, waardoor bepaalde comfortfuncties of zelfs de garantie beperkt kunnen worden.
Speed-sensitive locking mechanisme onderdrukken
Het speed-sensitive locking mechanisme – waarbij de deuren automatisch vergrendelen zodra u een bepaalde snelheid bereikt – is meestal softwarematig geregeld. In veel auto’s wordt dit ook wel “anti-carjacking” of “autoclose” genoemd. Bij sommige modellen, zoals bepaalde Renault Master- en Peugeot Boxer-uitvoeringen, is de functie standaard actief en kan deze via een specifieke programmeerprocedure met de boordcomputer worden in- of uitgeschakeld. Andere voertuigen, zoals verschillende Ford Focus-generaties, hebben de instelling verborgen of volledig uit het gebruikersmenu verwijderd, terwijl de functie nog wel fysiek aanwezig is in de software.
Het onderdrukken van dit mechanisme kan via drie routes verlopen: via het dashboardmenu (indien beschikbaar), via een reset of herprogrammering van de BCM, of via merkspecifieke software die via de OBD2-poort communiceert. Soms volstaat het om de vergrendelingsknop enkele seconden ingedrukt te houden terwijl de auto stilstaat, waarna de auto een akoestisch signaal geeft dat de automatische deurvergrendeling is uitgeschakeld. Bij oudere bedrijfswagens en campers kan de functie alleen door een dealer of specialist worden aangepast, omdat deze gekoppeld is aan het snelheidssignaal en de centrale vergrendelingslogica.
Stapsgewijze uitschakelprocedure via dashboard instellingen
Voor veel bestuurders is de eenvoudigste manier om de automatische vergrendeling uit te schakelen het gebruiken van de bestaande instellingen in het infotainmentsysteem of de boordcomputer. De meeste moderne voertuigen bieden via het centrale display uitgebreide “Vehicle Settings” of “Instellingen” menu’s waarin u het gedrag van de centrale vergrendeling kunt aanpassen. U heeft hiervoor in de regel geen speciale apparatuur nodig, alleen kennis van de juiste menupaden en soms een combinatie van toetsen op het stuur of dashboard.
Omdat fabrikanten hun interface regelmatig aanpassen, is het belangrijk om de handleiding van uw specifieke model te raadplegen. Toch volgen de meeste merken een vergelijkbare logica: u navigeert eerst naar algemene voertuiginstellingen, vervolgens naar “Deuren & vergrendeling” of “Locking/Unlocking”, en past daar het automatische vergrendelgedrag aan. Hieronder lopen we de typische stappen door die u in veel moderne auto’s zult herkennen.
Infotainment systeem navigeren naar beveiligingsopties
U begint doorgaans bij het hoofdscherm van het infotainmentsysteem. Via een fysieke “Menu”-knop, een tandwiel-icoon of de knop “Settings/Instellingen” komt u in de algemene instellingen. In dit gedeelte vindt u vaak subcategorieën zoals “Voertuig”, “Veiligheid & beveiliging”, “Comfort” of “Locking”. Twijfelt u welke categorie u nodig heeft? Kies dan voor “Vehicle” of “Auto” – daar worden de vergrendelopties meestal ondergebracht.
Eenmaal in het beveiligings- of vergrendelingsmenu ziet u opties als “Automatisch vergrendelen bij rijden”, “Deuren vergrendelen bij 10 km/u” of “Auto-lock”. Door deze instelling uit te vinken of op “Uit” te zetten, schakelt u de automatische deurvergrendeling tijdens het rijden uit. In sommige infotainmentsystemen is er een extra bevestigingsstap: u moet wijzigingen bevestigen door op “OK” of “Bevestigen” te drukken voordat de nieuwe instelling wordt opgeslagen. Werkt het menu niet of lijken bepaalde opties te ontbreken? Dan is de functie mogelijk door de fabrikant verborgen of uitgeschakeld in de software.
Vehicle settings menu configureren voor vergrendelingsgedrag
Wanneer u rechtstreeks via “Vehicle Settings” of “Voertuiginstellingen” werkt, krijgt u vaak meer gedetailleerde controle over hoe en wanneer de auto vergrendelt. U kunt bijvoorbeeld instellen of alleen de bestuurdersdeur ontgrendelt bij het openen, of alle deuren tegelijk. In het kader van automatische vergrendeling zijn vooral instellingen interessant als “Deuren vergrendelen bij wegrijden”, “Auto-relock” (opnieuw vergrendelen als niemand instapt) en “Vergrendelen bij schakelen naar ‘D’”.
Door deze instellingen aan te passen, kunt u een balans vinden tussen comfort en veiligheid. Zo kunt u ervoor kiezen om alleen de automatische vergrendeling tijdens het rijden uit te schakelen, maar wél te behouden dat de auto zichzelf opnieuw vergrendelt als u na het ontgrendelen geen deur opent. Zie het als een lichtschakelaar met meerdere standen: u zet niet “alle stroom” uit, maar past de manier aan waarop het systeem reageert op uw gebruik. Test na elke wijziging even door een korte proefrit te maken en te controleren of de deuren inderdaad niet meer automatisch vergrendelen.
Driver assistance submenu wijzigen voor automatische functies
Bij nieuwere modellen lopen automatische vergrendeling en rijhulpsystemen (Driver Assistance) vaak door elkaar in dezelfde menustructuur. In het submenu “Driver Assistance”, “Bestuurdersassistentie” of “Safety & Convenience” vindt u soms ook instellingen voor “Exit Safety”, “Carjacking Protection” of “Lock on Drive”. Deze zijn bedoeld om ongewenste toegang tijdens het rijden te voorkomen, maar kunnen tegelijk de automatische deurvergrendeling activeren.
Wilt u de automatische vergrendeling uitschakelen maar bijvoorbeeld wél hulp behouden bij fileparkeren of lane assist? Dan is het zaak om uitsluitend de vergrendelingsgerelateerde opties binnen Driver Assistance te wijzigen. Behandel elke instelling afzonderlijk, alsof u schakelaars op een schakelpaneel omzet. Zet alleen de functies uit die direct te maken hebben met het automatisch vergrendelen van de deuren, en laat andere veiligheidsopties – zoals noodremassistentie – gewoon actief. Zo voorkomt u dat de auto minder veilig wordt dan nodig.
Fabrieksinstellingen resetten via hidden service menu
In sommige gevallen is de automatische vergrendeling aangepast door een vorige eigenaar of door een universele garage, en zit er geen zichtbare optie meer in het gewone menu om dit terug te draaien. Dan kan een reset naar fabrieksinstellingen uitkomst bieden. Veel infotainmentsystemen hebben een verborgen servicemenu waarin diepere configuraties – waaronder vergrendelgedrag – kunnen worden teruggezet naar standaardwaarden. Toegang hiertoe vereist vaak een specifieke toetscombinatie (bijvoorbeeld het enkele seconden ingedrukt houden van de “Setup”-knop, gecombineerd met een aanraking op een bepaald deel van het scherm).
Een reset van fabriek-instellingen is te vergelijken met het terugzetten van een smartphone naar de beginstand: alle aangepaste profielen, gekoppelde apparaten en soms zelfs radiopresets gaan verloren. Voer deze stap daarom alleen uit als u weet wat de consequenties zijn en maak indien mogelijk eerst een back-up van belangrijke instellingen. Na de reset kunt u controleren of de automatische deurvergrendeling weer het standaardgedrag volgt, en die instelling vervolgens via het reguliere menu uitschakelen. Helpt ook dit niet, dan is de volgende stap vaak programmering via de OBD2-diagnosepoort.
OBD2 diagnosepoort programmering voor vergrendelingssystemen
Wanneer de gewone menu’s geen oplossing bieden, komt u terecht bij de technische laag van het voertuig: programmering via de OBD2-diagnosepoort. Deze poort, meestal onder het dashboard of naast de stuurkolom, vormt de communicatielijn met modules zoals de BCM, de centrale vergrendelingsmodule en soms aparte alarm- of comfortmodules. Via gespecialiseerde software kan men zogenaamde “coding” of “adaptation channels” aanpassen, waarin onder andere de automatische vergrendeling is vastgelegd.
In de praktijk gebruikt men daarvoor een OBD-adapter (kabel of Bluetooth-dongle) in combinatie met software op een laptop, tablet of smartphone. Bekende voorbeelden zijn VCDS voor de Volkswagen Groep, FORScan voor Ford, ISTA voor BMW, XENTRY voor Mercedes en Techstream voor Toyota en Lexus. Door bepaalde bits of parameters in de configuratie te wijzigen, kan de speed-sensitive locking worden uitgeschakeld, verborgen menufuncties weer zichtbaar worden gemaakt of het gedrag van keyless entry worden aangepast. Dit lijkt op het herschrijven van de instellingen van een router: de hardware blijft hetzelfde, maar u verandert de manier waarop hij zich gedraagt.
Programmeren via de OBD2-poort vraagt om zorgvuldigheid. Een fout in de codering kan onverwachte bijwerkingen hebben, zoals uitvallende interieurverlichting, een niet meer werkende afstandsbediening of foutcodes in het airbag- of ABS-systeem. Daarom is het aan te raden alleen met goed gedocumenteerde stappen te werken of dit over te laten aan een ervaren specialist. Maak indien mogelijk altijd een “backup” van de oorspronkelijke codering voordat u wijzigingen doorvoert, zodat u bij problemen kunt terugkeren naar de originele instellingen.
Merkspecifieke procedures voor automatische vergrendelingssystemen
Elke fabrikant implementeert automatische vergrendeling op zijn eigen manier. Hoewel de onderliggende principes vergelijkbaar zijn – een combinatie van snelheidssignaal, de BCM en centrale vergrendeling – verschillen menustructuur, benaming en toegankelijkheid van de instellingen per merk. Hieronder lichten we enkele veelvoorkomende merken toe, zodat u een beter idee krijgt waar u specifieke informatie moet zoeken of welke tools u nodig heeft om de automatische vergrendeling uit te schakelen.
Let op dat zelfs binnen één merk de procedure per modelgeneratie kan verschillen. Een Volkswagen Golf uit 2005 wordt heel anders geprogrammeerd dan een ID.4, en een BMW E90 vraagt andere software dan een moderne G-serie. Controleer daarom altijd uw typeaanduiding, bouwjaar en vaak ook de VIN-code om de juiste handleiding of foruminformatie te vinden.
Volkswagen group vehicles met VAG-COM software aanpassing
Bij voertuigen van de Volkswagen Group (Volkswagen, Audi, SEAT, Škoda) wordt automatische deurvergrendeling vaak aangeduid als “Auto Lock” en “Auto Unlock”. Via VCDS (voorheen VAG-COM) kunt u in de centrale vergrendelingsmodule (meestal module 35 of 46) de betreffende bits in de codering aan- of uitzetten. Een veelgebruikte aanpak is het uitlezen van de huidige “long coding”, het noteren van de originele waarde, en vervolgens het uitvinken van Auto Lock op snelheid. Na het opslaan van de nieuwe codering wordt de automatische vergrendeling bij 15 km/u uitgeschakeld.
Bij sommige nieuwere modellen zijn de opties deels ook zichtbaar in het infotainmentmenu, onder “Car” > “Instellingen” > “Central locking”. Daar kunt u vaak instellen of de auto automatisch vergrendelt tijdens het rijden of alleen na het wegrijden. Is de menukeuze grijs of niet aanwezig, dan kan een dealer of specialist met VCDS deze optie “vrijschakelen”, zodat u daarna zelf het vergrendelgedrag kunt beheren. Dat maakt het mogelijk om de automatische vergrendeling uit te schakelen zonder bij elke wijziging weer naar de garage te moeten.
BMW ISTA programming voor centrale vergrendelingsmodule
Bij BMW wordt automatische deurvergrendeling meestal in de iDrive-instellingen ondergebracht, maar de basisconfiguratie ligt vast in de FEM/BDC (Front Electronic Module / Body Domain Controller) of, bij oudere modellen, in modules als GM5. In het iDrive-menu vindt u bij veel modellen onder “Instellingen” > “Deuren/sleutels” of “Vergrendeling” een optie voor “Automatisch vergrendelen bij wegrijden”. Door deze uit te zetten, wordt de automatische vergrendeling tijdens het rijden gedeactiveerd.
Wanneer de optie ontbreekt, komt BMW ISTA of gespecialiseerde coderingssoftware in beeld. Via deze tools kan men “vehicle order” en modulecoding aanpassen, zodat de betreffende functie wordt in- of uitgeschakeld of als optie in het gebruikersmenu verschijnt. Omdat BMW-modules nauw samenwerken (denk aan alarm, comfortsluiting ramen en spiegels), is het belangrijk dat de programmeur precies weet welke parameter waarvoor dient. Onjuiste coding kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat comfortsluiting niet meer reageert of dat de auto onverwacht ontgrendelt bij het uitschakelen van de motor.
Mercedes-benz XENTRY configuratie van SAM modules
Mercedes-Benz maakt gebruik van verschillende SAM-modules (Signal Acquisition and Actuation Modules) voor de aansturing van verlichting, vergrendeling en andere functies. De automatische vergrendeling op snelheid is vaak via het COMAND- of MBUX-systeem door de bestuurder zelf in te stellen: onder “Voertuig” > “Instellingen” > “Vergrendeling” vindt u doorgaans “Automatisch vergrendelen tijdens rijden”. Staat deze optie niet in het menu, dan is de functie mogelijk softwarematig gedeactiveerd of afhankelijk van de uitrustingslijn.
Via XENTRY, de officiële diagnose- en programmeersoftware van Mercedes, kunnen technici de SAM-configuratie en centrale vergrendelingsparameters aanpassen. Daarbij kan men onder andere instellen of de auto vergrendelt na het overschrijden van een bepaalde snelheid en wat het gedrag is bij het uitschakelen van de motor. Doordat Mercedes veel nadruk legt op veiligheid, zal een dealer terughoudend zijn met het compleet uitschakelen van vergrendelingsfuncties. U kunt daarom het beste duidelijk aangeven dat u specifiek alleen de automatische vergrendeling tijdens het rijden wilt deactiveren, en andere beveiligingsopties ongemoeid wilt laten.
Toyota techstream aanpassingen voor smart entry systemen
Toyota en Lexus gebruiken “Smart Entry & Start” systemen, waarbij keyless entry en automatische vergrendeling nauw verweven zijn. In veel modellen is via het multimediascherm of het instrumentencluster het basisgedrag aan te passen, bijvoorbeeld of alle deuren of alleen de bestuurdersdeur ontgrendelen. De echte diepte-instellingen – zoals het automatisch vergrendelen na wegrijden of na een bepaalde tijdsduur – worden echter vaak via Techstream geprogrammeerd, de officiële Toyota-diagnosesoftware.
Met Techstream kan men parameters wijzigen zoals “Automatic Door Lock by Speed”, “Automatic Door Lock by Shift from P” of “Automatic Door Relock Time”. Door deze waarden aan te passen of uit te schakelen, kan de automatische vergrendeling worden gedeactiveerd of verfijnd. Dit is vergelijkbaar met het finetunen van een thermostaat: u bepaalt niet alleen of de verwarming aan of uit gaat, maar ook bij welke drempelwaarden dat gebeurt. Voor bestuurders die de automatische vergrendeling hinderlijk vinden, is het de moeite waard om bij de dealer te informeren of deze parameters in hun specifieke model kunnen worden aangepast.
Gevolgen van uitschakeling op voertuigbeveiliging en verzekeringsdekking
Het uitschakelen van automatische vergrendeling heeft niet alleen effect op uw dagelijks gebruiksgemak, maar ook op de beveiliging van het voertuig. Staand voor een verkeerslicht zijn automatisch vergrendelde deuren een extra barrière tegen “carjacking” of het snel opentrekken van een deur door voorbijgangers. In sommige stedelijke gebieden is dat geen overbodige luxe. Zet u deze functie uit, dan neemt de fysieke bescherming bij lage snelheid en stilstand af, zeker als u vergeet de deuren handmatig te vergrendelen.
Ook verzekeraars kijken naar de aanwezige beveiligingsopties. In de polisvoorwaarden wordt vaak gesproken over “deugdelijk afgesloten” voertuigen; automatische deurvergrendeling is daarbij geen wettelijke eis, maar kan wel als onderdeel van een totale beveiligingsconfiguratie worden gezien. In de praktijk zal het uitschakelen van automatische vergrendeling zelden direct tot uitsluiting van dekking leiden, zolang u de auto met de sleutel of afstandsbediening afsluit bij het parkeren. Toch is het verstandig om bij twijfel uw verzekeraar te raadplegen, zeker als u andere beveiligingsfuncties (zoals alarm of keyless entry) eveneens laat aanpassen.
Daarnaast spelen juridische en aansprakelijkheidsaspecten een rol. Mocht zich een incident voordoen waarbij onbevoegden tijdens het rijden instappen of iets uit de auto grijpen, dan kan de vraag worden gesteld of u al het “redelijkerwijs mogelijke” heeft gedaan om dit te voorkomen. Automatische vergrendeling is één van de maatregelen die fabrikanten hebben geïntroduceerd om dit risico te beperken. Weegt het praktische voordeel van uitschakeling voor u zwaarder, zorg dan dat u zichzelf een nieuwe gewoonte aanleert: direct na het instappen bewust de centrale vergrendeling bedienen.
Alternatieve beveiligingsoplossingen na deactivatie automatische vergrendeling
Als u besluit de automatische vergrendeling van uw auto uit te schakelen, is het verstandig om na te denken over alternatieve maatregelen om de veiligheid op peil te houden. Eén eenvoudige stap is het consequente gebruik van de handmatige vergrendelingsknop zodra u wegrijdt, vergelijkbaar met het automatisch omdoen van de gordel. Binnen enkele weken wordt dit vaak een automatisme. U kunt dit combineren met een periodieke zelfcheck: controleer bij langere stops of de deuren nog vergrendeld zijn, vooral bij drukke kruispunten of laad- en losplaatsen.
Daarnaast zijn er aanvullende beveiligingsoplossingen beschikbaar. Denk aan een gecertificeerd auto-alarm, een stuurslot, of GPS-tracking die bij diefstal helpt het voertuig terug te vinden. Voor keyless entry-voertuigen kan het gebruik van een signaalblokkerende sleutelhoes (Faraday-pouch) helpen om relay-aanvallen te voorkomen, ook als de automatische vergrendeling is uitgeschakeld. In die zin kunt u beveiliging als een gelaagd systeem zien: haalt u één laag weg (auto-lock), dan voegt u elders een extra laag toe.
Tot slot kan bewust rijgedrag veel verschil maken. Parkeer bij voorkeur op goed verlichte plaatsen, vermijd het open laten staan van ramen of schuifdeuren tijdens korte stops, en wees alert in druk stadsverkeer waar zogeheten “smash-and-grab”-incidenten vaker voorkomen. Door technische instellingen – zoals het uitschakelen van automatische vergrendeling – te combineren met gezond verstand en eenvoudige extra beveiligingsmaatregelen, behoudt u de controle over uw auto zonder onnodig aan veiligheid in te boeten.