Het brandstoffilter behoort tot de essentiële maar vaak onderschatte componenten van elk voertuig met een verbrandingsmotor. Dit relatief kleine onderdeel vervult een cruciale beschermende functie door te voorkomen dat verontreinigingen, roestdeeltjes en waterdruppels de gevoelige brandstofinjectie-installatie bereiken. Een verstopt of verzadigd filter kan leiden tot aanzienlijke motorproblemen, verminderde prestaties en zelfs kostbare reparaties aan injectoren of hogedrukkpompen. Toch bestaat er bij veel automobilisten onduidelijkheid over de optimale vervangingsfrequentie. Verschillende fabrikanten hanteren uiteenlopende richtlijnen, variërend van 30.000 tot 60.000 kilometer, terwijl sommige moderne voertuigen zelfs claimen een ‘onderhoudsvrij’ brandstoffilter te bezitten. Deze ogenschijnlijk tegenstrijdige informatie roept terechte vragen op over wanneer vervanging werkelijk noodzakelijk is en welke factoren deze beslissing beïnvloeden.
Functie en werking van het brandstoffilter in moderne verbrandingsmotoren
Het brandstoffilter fungeert als poortwachter tussen de brandstoftank en de motor, waarbij het alle brandstof filtert voordat deze de injectiesystemen bereikt. Moderne brandstoffilters bestaan doorgaans uit gefilterd papier of synthetische vezels die zijn gerangschikt in meerdere lagen met verschillende poriegrootten. Deze opbouw creëert een geleidelijk verfijnend filtersysteem dat deeltjes vanaf 3 tot 5 micrometer kan opvangen – zo klein dat ze met het blote oog onzichtbaar zijn. De locatie van het brandstoffilter verschilt per voertuigtype: bij sommige modellen bevindt het zich in de brandstoftank zelf, terwijl het bij andere tussen tank en motor is gemonteerd, vaak onder het voertuig of in de motorruimte.
Filtratie van verontreinigingen en waterafscheiding in dieselsystemen
Dieselbrandstof is bijzonder gevoelig voor waterverontreiniging door condensatie in tanks en het hygroscopische karakter van moderne biodiesel-bijmenging. Om deze reden zijn dieselbrandstoffilters vaak uitgerust met een waterafscheider die werkt op basis van het dichtheidsverschil tussen water en diesel. Het zwaardere water zakt naar de onderzijde van het filtercompartiment, waar het zich verzamelt in een aparte kamer. Bij veel dieselvoertuigen bevindt zich onderaan het filter een aftapschroef waarmee regelmatig het gecondenseerde water kan worden verwijderd – een onderhoudsstap die velen vergeten maar die cruciaal is voor de filterwerking. Sommige moderne systemen detecteren waterverzameling automatisch en activeren een waarschuwingslampje op het dashboard wanneer handmatige afvoer noodzakelijk wordt.
Bescherming van common rail injectiesystemen en hogedrukpompen
Common rail injectiesystemen, die tegenwoordig vrijwel standaard zijn in dieselmotoren en steeds vaker voorkomen in moderne benzine-injectie, werken met brandstofdrukken tot 2500 bar. Bij dergelijke extreme drukken kunnen zelfs microscopische verontreinigingen ernstige schade aanrichten aan de precisiespuitmonden van de injectoren, die toleranties hebben van slechts enkele micrometers. De hogedrukkpomp, die deze enorme drukken genereert, is eveneens kwetsbaar voor vervuiling. Een verstopt brandstoffilter dat zijn werk niet meer adequaat doet, kan binnen enkele duizenden kilometers leiden tot verstopping van injectoren
en onregelmatige verbranding in de cilinders. Omdat reparatie of vervanging van een set common rail-injectoren al snel in de duizenden euro’s kan lopen, is een tijdige vervanging van het brandstoffilter een relatief goedkope verzekering tegen ernstige motorschade. Zeker bij motoren met een hoge kilometerstand of voertuigen die vaak korte ritten maken, neemt het risico op vervuiling toe en wordt de rol van het filter nog belangrijker.
Verschil tussen benzine- en dieselbrandstoffilters
Hoewel het principe hetzelfde is, zijn benzine- en dieselbrandstoffilters verschillend ontworpen en afgestemd op de eigenschappen van de betreffende brandstof. Benzine is vluchtiger en bevat doorgaans minder water en zware verontreinigingen dan diesel, waardoor benzinefilters vaak compacter zijn en geen geïntegreerde waterafscheider hebben. Dieselbrandstoffilters zijn meestal groter, hebben een hogere vuilopnamecapaciteit en beschikken regelmatig over een opvangkamer voor water, soms met sensoren en een aftapplug.
Daarnaast zie je bij moderne benzinemotoren steeds vaker dat het brandstoffilter in de tank geïntegreerd is, als onderdeel van de brandstofpompunit. Fabrikanten bestempelen dit dan als “lifetime filter”, wat in de praktijk betekent dat vervanging alleen bij storing of bij zeer hoge kilometerstanden plaatsvindt. Bij dieselvoertuigen blijft het daarentegen gebruikelijk dat het brandstoffilter extern en relatief eenvoudig bereikbaar is, juist omdat de vervangingsfrequentie hoger ligt. Het is dus essentieel om altijd een filter te gebruiken dat specifiek geschikt is voor jouw type motor en brandstof.
Impact van vervuilde filters op motorprestaties en brandstofverbruik
Een vervuild of verzadigd brandstoffilter belemmert de vrije doorstroming van brandstof, vergelijkbaar met proberen hard te lopen terwijl je door een rietje moet ademen. De hogedrukpomp moet meer moeite doen om voldoende druk op te bouwen, wat zowel het vermogen als de efficiëntie van de motor beïnvloedt. In eerste instantie merk je dit vaak alleen bij stevige acceleratie of bij hoge toerentallen, maar naarmate de verstopping toeneemt, kunnen ook koude starts en stationair draaien problematisch worden.
Doordat de motorregeling probeert het vermogensverlies te compenseren, kan het brandstofverbruik stijgen en kan de motor onregelmatiger gaan lopen. Op langere termijn kan een continu tekort aan brandstof de verbranding verarmen, wat extra thermische belasting veroorzaakt op zuigers, kleppen en turbo. Wie dus te lang doorrijdt met een verouderd brandstoffilter, riskeert meer dan alleen wat minder trekkracht; het kan de totale levensduur van de motor aantasten en onverwachte, dure reparaties tot gevolg hebben.
Aanbevolen vervangingsintervallen volgens fabrikanten en motortype
Hoe vaak moet je het brandstoffilter nu concreet vervangen? Deze vraag laat zich niet met één enkel kilometrage beantwoorden, omdat fabrikanten verschillende onderhoudsschema’s hanteren per motortype en markt. Bovendien spelen brandstofkwaliteit, rijstijl en gebruiksomstandigheden (veel korte ritten, veel snelwegkilometers, rijden met aanhanger) een belangrijke rol. Als vuistregel zien we in de praktijk intervallen tussen de 30.000 en 60.000 kilometer, met dieselmotoren doorgaans aan de onderkant en benzinemotoren aan de bovenkant van dit bereik.
Naast kilometers hanteren sommige merken ook tijdsintervallen, bijvoorbeeld “om de 3 jaar of 45.000 km, wat het eerst wordt bereikt”. Dit is vooral relevant voor voertuigen die weinig rijden, zoals campers of tweede auto’s. Brandstof kan in de tank verouderen en condenswater kan zich ophopen, waardoor het brandstoffilter ook zonder extreem hoge kilometerstand eerder aan vervanging toe kan zijn. Het loont dus om niet alleen naar de kilometerteller te kijken, maar ook naar de kalender.
Onderhoudsschema’s van volkswagen, Mercedes-Benz en BMW voor dieselmotoren
Bij de populaire Duitse merken zien we duidelijke maar onderling verschillende strategieën voor dieselmotoren. Volkswagen hanteert voor veel moderne TDI-motoren (zoals 2.0 TDI) een vervangingsinterval van rond de 60.000 km, hoewel oudere generaties soms nog om de 30.000 tot 40.000 km voorgeschreven worden. Bij voertuigen met “LongLife”-onderhoud kan het brandstoffilter-scenario anders zijn dan bij vaste onderhoudsintervallen, dus het is verstandig het exacte onderhoudsboekje of digitale serviceplan te raadplegen.
Mercedes-Benz is traditioneel iets conservatiever en adviseert bij veel CDI- en BlueTEC-motoren filtervervanging om de 40.000 tot 60.000 km, vaak gekoppeld aan de grotere Service B. Bij taxi’s of bestelwagens in zwaar gebruik wordt niet zelden geadviseerd het brandstoffilter nog frequenter te vervangen, juist om dure injectiesystemen te beschermen. BMW zit met zijn moderne dieselmotoren (bijvoorbeeld de 2.0d en 3.0d) meestal in de range van 40.000 tot 60.000 km, waarbij sommige modellen een tijdsafhankelijk maximum van 4 jaar hanteren, zelfs als het kilometrage nog beperkt is.
Vervangingsfrequentie bij toyota, honda en ford benzine-injectiesystemen
Bij Japanse merken zoals Toyota en Honda zien we vaak hogere intervallen voor benzinemotoren, mede door de doorgaans zeer betrouwbare brandstofinjectiesystemen en de goede brandstofkwaliteit in Europa. Voor veel Toyota-benzinemotoren wordt het brandstoffilter pas bij 90.000 tot 120.000 km of zelfs nooit expliciet genoemd als regulier onderhoudsitem, zeker als het filter geïntegreerd is in de tankunit. In die gevallen geldt feitelijk: alleen vervangen bij klachten of bij werkzaamheden aan het brandstofsysteem zelf.
Honda volgt een vergelijkbare aanpak, al zijn er oudere modellen met externe benzinefilters die rond de 60.000 tot 80.000 km geadviseerd worden te vervangen. Ford is bij zijn EcoBoost- en andere benzinemotoren tamelijk modelafhankelijk: sommige modellen hebben een “lifetime”-tankfilter, andere schrijven nog een vervanging om de 60.000 tot 90.000 km voor. Bij twijfel is de meest betrouwbare bron altijd het officiële onderhoudsboekje of de digitale onderhoudsdocumentatie bij de dealer.
Kilometerstanden en tijdsintervallen: 30.000 km versus 60.000 km richtlijnen
Waarom adviseert de ene fabrikant 30.000 km en de andere 60.000 km voor hetzelfde type onderdeel? Het antwoord ligt in een combinatie van ontwerpveiligheid, gemiddelde brandstofkwaliteit in de doelmarkten en de gevoeligheid van de gebruikte injectiesystemen. Een merk dat veel actief is in markten met wisselende brandstofkwaliteit, zal sneller een korter interval voorschrijven dan een merk dat vooral in regio’s met streng gecontroleerde brandstofnormen actief is. Bovendien kan een fabrikant bewust kiezen voor een veiliger marge om dure garantiekwesties te voorkomen.
Voor jou als automobilist betekent dit dat een korter interval meestal geen kwaad kan en in sommige gebruikssituaties zelfs wenselijk is, bijvoorbeeld bij veel stadsverkeer, rijden in landen met twijfelachtige brandstofkwaliteit of gebruik van een oudere diesel met gevoelige injectoren. Rij je voornamelijk lange snelwegritten in Nederland of België en tank je altijd bij gerenommeerde pompen, dan kun je doorgaans het hogere fabrieksinterval (bijvoorbeeld 60.000 km) aanhouden. Wie de motor extra wil beschermen, kiest er soms voor om het brandstoffilter preventief halverwege het maximuminterval te vervangen.
Invloed van brandstofkwaliteit op filterlevensduur in nederland en belgië
In Nederland en België is de brandstofkwaliteit in het algemeen hoog en streng gereguleerd, met Europese normen voor zwavelgehalte, deeltjes en biodieselbijmenging. Dit komt de levensduur van het brandstoffilter ten goede, omdat grove vervuiling en grote hoeveelheden water veel minder vaak voorkomen dan in sommige andere regio’s. Toch speelt de herkomst van de brandstof een rol: tankstations met een hoge omloopsnelheid hebben doorgaans schonere brandstof, simpelweg omdat deze minder lang in de ondergrondse tanks staat.
Gebruik je regelmatig goedkope brandstof van onbekende herkomst, of tank je onderweg in het buitenland waar de kwaliteit minder goed gecontroleerd wordt, dan kan het brandstoffilter sneller vervuilen. Ook bij voertuigen die lange tijd stilstaan, zoals campers of seizoensgebonden gebruikte bedrijfswagens, kan condensvorming in de tank optreden en zo de filterbelasting verhogen. In zulke gevallen is het verstandig om de theoretische fabrieksintervallen iets conservatiever te interpreteren en de vervanging van het brandstoffilter niet tot het uiterste te rekken.
Symptomen van een verstopt of verzadigd brandstoffilter
Een vers brandstoffilter werkt onopvallend op de achtergrond, maar een verstopt filter laat zich vaak duidelijk voelen in het rijgedrag. Omdat de doorstroming van brandstof wordt beperkt, krijgt de motor vooral onder hogere belasting onvoldoende voeding. Je merkt dit bijvoorbeeld bij het invoegen op de snelweg of het inhalen, wanneer het voertuig niet meer zo vlot optrekt als voorheen. In veel gevallen sluipt dit vermogensverlies geleidelijk in, waardoor bestuurders het pas laat herkennen als probleem.
Naast vermogensverlies kunnen startproblemen, een onrustig stationair toerental en een plotselinge motorstoring op de snelweg aanwijzingen zijn dat het brandstoffilter aan het einde van zijn levensduur is. Moderne motorregelingen registreren ook afwijkende brandstofdrukken in het systeem; als de gemeten druk structureel te laag blijft, kan dit een foutcode genereren en het storingslampje (MIL) doen oplichten. Wie deze signalen negeert, riskeert dat het filter uiteindelijk zo dichtslibt dat de motor volledig stilvalt.
Vermogensverlies bij acceleratie en hoge toerentallen
Het meest typische symptoom van een verstopt brandstoffilter is merkbaar vermogensverlies bij stevige acceleratie en bij hoge toerentallen. De motor lijkt “inhouden” of minder gretig te reageren op het gaspedaal, alsof er een soort onzichtbare rem op de auto staat. Dit komt doordat de brandstofpomp onder piekbelasting niet genoeg door het filter heen geperst krijgt, waardoor de raildruk of brandstofdruk achterblijft bij de door de ECU gevraagde waarde.
Bij dieselmotoren kan dit zich uiten in een minder krachtige trekkracht bij lage toerentallen, wat vooral opvalt bij het rijden met caravan of aanhanger. Bij benzinemotoren merk je het vaak in een verminderde souplesse bij het doortrekken in hogere versnellingen. Zie je dat deze klachten langzaam erger worden en zijn andere oorzaken (zoals een defecte luchtmassameter of turbo) uitgesloten, dan is het verstandig om het brandstoffilter als eerste verdachte te beschouwen.
Motorstoring tijdens koude start en stationair lopen
Een ander veelvoorkomend verschijnsel is een onrustige motor bij koude start en stationair draaien. Wanneer het brandstoffilter deels verstopt is, kan de benodigde hoeveelheid brandstof tijdens de startfase niet snel genoeg worden aangevoerd, wat resulteert in een langere “doorstarttijd”, onregelmatig aanslaan of zelfs volledig uitvallen vlak na het starten. Vooral bij lage buitentemperaturen, wanneer de viscositeit van de brandstof toeneemt, vallen deze problemen extra op.
Ook tijdens het stationair lopen kan een verzadigd brandstoffilter voor schommelingen in toerental zorgen, soms vergezeld van lichte trillingen of een “ploffend” uitlaatgeluid. De motorelektronica probeert voortdurend de juiste verhouding tussen brandstof en lucht te herstellen, maar wordt hierbij gehinderd door de onregelmatige brandstoftoevoer. Herken je dit soort klachten en zijn bougies, luchtfilter en EGR-systeem in orde, dan is het controleren en eventueel vervangen van het brandstoffilter een logische volgende stap.
Verhoogd brandstofverbruik en onregelmatige loopkwaliteit
Het klinkt tegenstrijdig: minder brandstoftoevoer, maar toch een hoger brandstofverbruik. Toch zien we in de praktijk vaak dat een verstopt brandstoffilter leidt tot een stijging van het verbruik. De reden is dat het motormanagementsysteem probeert het vermogensverlies te compenseren door de injectieduur aan te passen, wat resulteert in een minder efficiënte verbranding. Je moet bovendien vaker “dieper” op het gaspedaal om hetzelfde tempo te houden, wat eveneens extra brandstof kost.
Daarnaast kan een onregelmatige loopkwaliteit optreden, vooral merkbaar op constante snelheid. De auto voelt dan soms alsof er lichte windvlagen op inwerken of alsof je met kleine gasstootjes rijdt, terwijl je pedaalpositie gelijk blijft. Dit zijn subtiele indicaties dat de brandstoftoevoer niet stabiel is. Laat in zo’n geval altijd foutcodes uitlezen voordat je willekeurig onderdelen gaat vervangen; een ervaren monteur kan snel beoordelen of het brandstoffilter hier de waarschijnlijke boosdoener is.
Verschillen tussen OEM-filters en aftermarket merken zoals bosch en Mann-Filter
Bij de keuze voor een nieuw brandstoffilter sta je vaak voor de keuze tussen een origineel (OEM) onderdeel of een aftermarket product van merken als Bosch, Mann-Filter, Mahle of Hengst. OEM-filters worden geleverd onder het merk van de autofabrikant, maar zijn in de praktijk vaak geproduceerd door dezelfde gespecialiseerde filterfabrikanten die ook aftermarket leveren. Het verschil zit dan vooral in verpakking, prijs en soms in kleine specificatie-aanpassingen die exclusief zijn voor de fabrikant.
Kwalitatieve aftermarket-filters van A-merken voldoen doorgaans aan dezelfde normen voor filtratiefijnheid, vuilopnamecapaciteit en drukbestendigheid als de originele onderdelen. Bij moderne common rail-systemen is het wel cruciaal om geen goedkope, onbekende B-merken te gebruiken; een paar euro besparen op het filter en vervolgens duizenden euro’s schade riskeren aan injectoren is economisch niet verstandig. Controleer altijd het exacte typenummer, de richting van de brandstofstroom (pijl op de behuizing) en de aanwezigheid van een juiste waterafscheider bij dieselmotoren.
Vervangingsprocedure en technische specificaties voor diesel common rail systemen
Het vervangen van een brandstoffilter bij een modern diesel common rail-systeem vraagt om meer zorg dan bij oudere, mechanische diesels. Doordat deze systemen met extreem hoge drukken werken en zeer nauwkeurige componenten bevatten, is absolute reinheid essentieel. Een kleine hoeveelheid vuil of lucht in de hogedrukzijde kan al leiden tot opstartproblemen of storingscodes. Daarom is het belangrijk om strikt volgens de fabrieksvoorschriften te werken, gebruik te maken van geschikte gereedschappen en altijd in een schone omgeving te sleutelen.
Bij veel voertuigen is het brandstoffilter ondergebracht in een metalen of kunststof huis met een geïntegreerde handpomp, temperatuursensor en soms een waterniveausensor. De technische specificaties, zoals maximale werkdruk, filtratiefijnheid (bijvoorbeeld <5 µm) en waterafscheidingspercentage, zijn afgestemd op de eisen van het specifieke injectiesysteem. Monteurs dienen bij vervanging niet alleen het filterelement, maar indien voorgeschreven ook O-ringen, afdichtringen en eventuele pakkingen te vernieuwen om lekkages en valse lucht te voorkomen.
Ontluchting van brandstofcircuit na filtervervanging
Na het vervangen van het brandstoffilter moet het brandstofcircuit zorgvuldig worden ontlucht om te voorkomen dat luchtbellen in de hogedrukpomp of injectoren terechtkomen. Veel moderne diesels beschikken over een elektrische voorpomp in de tank; door het contact een aantal keren aan en uit te zetten zonder de motor te starten, bouwt deze pomp de nodige druk op en verdrijft hij de lucht uit het filterhuis. Bij systemen met een handpomp wordt deze gebruikt om net zo lang te pompen tot er geen luchtbellen meer zichtbaar zijn in de doorzichtige leidingen of terugvoer.
Probeer nooit langdurig te starten in de hoop dat de motor zichzelf wel “ontlucht”; dit kan zowel de startmotor als de hogedrukpomp onnodig belasten en zorgt voor extra slijtage. Volg in plaats daarvan altijd de in de werkplaatshandleiding beschreven procedure. Bij sommige voertuigen is zelfs een diagnoseapparaat nodig om de elektrische pomp aan te sturen of de ontluchtingscyclus te activeren. Twijfel je over de juiste werkwijze, dan is uitbesteden aan een professionele werkplaats de veiligste keuze.
Montagepositie en afvoer van condenswater bij filters met waterafscheider
Bij dieselvoertuigen met een geïntegreerde waterafscheider in het brandstoffilter is de juiste montagepositie van groot belang. Het filter moet zo worden gemonteerd dat de wateropvangkamer zich daadwerkelijk op het laagste punt bevindt, zodat het zwaardere water zich daar kan verzamelen zonder direct weer in de brandstofstroom te komen. Op het filter staat meestal een markering voor de montagerichting, niet alleen voor de stroomrichting van de brandstof maar ook voor de juiste oriëntatie van de waterafscheider.
Veel filters zijn voorzien van een aftapschroef of kraantje aan de onderzijde, waarmee gecondenseerd water periodiek kan worden afgelaten. Sommige systemen hebben een sensor die een waarschuwingslampje op het dashboard activeert zodra er een bepaalde hoeveelheid water is verzameld. Het is verstandig om deze aftapfunctie minstens één tot twee keer per jaar te benutten, bijvoorbeeld net voor de winter, vooral als je voertuig regelmatig langere tijd stil staat. Zo ontlast je het filter en verklein je de kans op corrosie in de hogedrukcomponenten.
Gebruik van OBD-scantools voor reset van onderhoudsindicatoren
Na vervanging van het brandstoffilter verwacht je natuurlijk dat ook de boordcomputer weet dat deze onderhoudshandeling is uitgevoerd. Bij sommige moderne voertuigen is het brandstoffilter namelijk gekoppeld aan een onderhoudsindicator of serviceplan in de ECU. In dat geval kan het nodig zijn om via een OBD-scantool de onderhoudsstatus te resetten of de vervangingsactie in te voeren. Doe je dit niet, dan kan het systeem onterecht blijven waarschuwen voor “service brandstoffilter” of afwijkende waarden blijven registreren.
Een OBD-scantool is bovendien nuttig om vooraf en achteraf de raildruk, foutcodes en eventuele adaptiewaarden te controleren. Zo kun je verifiëren of de klachten daadwerkelijk door het oude filter werden veroorzaakt en of het nieuwe filter correct functioneert. Professionele garages gebruiken hiervoor merkspecifieke diagnosetesters, maar ook voor doe-het-zelvers zijn tegenwoordig betaalbare OBD-II-interfaces beschikbaar. Let er wel op dat het verkeerd wissen van foutcodes of adaptiewaarden in sommige gevallen het diagnoseproces kan bemoeilijken.
Kostenanalyse en onderhoudsbudget voor brandstoffiltervervanging
De kosten voor het vervangen van een brandstoffilter zijn relatief beperkt vergeleken met de potentieel hoge schade bij verwaarloosd brandstofonderhoud. Voor de meeste personenauto’s liggen de materiaalkosten van een kwalitatief goed brandstoffilter tussen de €20 en €60, afhankelijk van merk, motortype en of er een geïntegreerde waterafscheider of sensor aanwezig is. Bij sommige premiummerken of complexe filterhuizen kan dit bedrag oplopen tot rond de €100, maar dat blijft nog altijd bescheiden vergeleken met de prijs van een enkele injector.
Daarbovenop komen arbeidskosten, die variëren naargelang de toegankelijkheid van het filter. Bij eenvoudig bereikbare filters in de motorruimte is een half uur arbeid vaak voldoende, terwijl filters die onder het voertuig of in krappe ruimtes zijn gemonteerd al snel één uur of meer in beslag nemen. Reken in de praktijk op een totale factuur van ongeveer €80 tot €200 voor een professionele vervanging bij een universele garage of merkdealer. Voor bedrijfswagens, campers en zware dieselmotoren kunnen de bedragen hoger liggen door grotere filterelementen en langere werktijden.
Wie zijn onderhoudsbudget slim wil plannen, doet er goed aan om het brandstoffilter standaard mee te nemen bij de grotere onderhoudsbeurten rond de 40.000 of 60.000 km, of bij de tijdsgebonden beurten om de drie tot vier jaar. Door deze ingreep te combineren met werkzaamheden als oliewissel, luchtfiltervervanging en inspectie van het brandstofsysteem bespaar je vaak op arbeidsuren. Zie de vervanging van het brandstoffilter als een relatief goedkope preventieve maatregel die de betrouwbaarheid van je voertuig verhoogt en de kans op dure schade aan injectoren en hogedrukpomp drastisch verlaagt.