Klassieke auto voor de grachtengordel met milieuzonebordenop de achtergrond
maart 12, 2024

De vrees dat uw klassieker nergens meer welkom is, is grotendeels onterecht; de regelgeving is niet ontworpen om uw hobby te beëindigen, maar om intensief dagelijks gebruik van oudere, vervuilende voertuigen te ontmoedigen.

  • Steden bieden dagontheffingen en er zijn structurele vrijstellingen voor het oudste mobiel erfgoed.
  • De logica achter de regels is cruciaal: de wetgever maakt een duidelijk onderscheid tussen hobbymatig gebruik en dagelijks verkeer.

Aanbeveling: Begrijp de specifieke regels die voor uw voertuig gelden, van milieuzones tot wegenbelasting, om strategisch te plannen en de toekomst van uw passie veilig te stellen.

Het bezit van een klassieke auto is een bron van trots. Het geluid van de motor, de geur van het interieur, de bewonderende blikken op straat; het is meer dan transport, het is een passie. Maar de laatste jaren sluipt er een knagende onzekerheid in de harten van veel eigenaren. Met de opkomst van milieuzones in steden als Amsterdam en Utrecht, en de steeds veranderende belastingregels, groeit de angst: mag ik straks nog wel ergens rijden met mijn mobiel erfgoed? Veel eigenaren zien een oerwoud van verbodsborden en complexe regels, en vrezen dat hun geliefde bezit gedegradeerd wordt tot een stilstaand museumstuk.

De gebruikelijke reactie is om te focussen op de beperkingen. Men leest over boetes, afgewezen ontheffingen en de schijnbaar onverbiddelijke opmars van de elektrische auto. Maar wat als de sleutel niet ligt in het vrezen van de regels, maar in het begrijpen van de logica erachter? De Nederlandse wetgeving rondom historische voertuigen is geen botte bijl. Het is een genuanceerd systeem met ingebouwde uitzonderingen en overgangsregelingen, ontworpen om een balans te vinden tussen milieudoelstellingen en het behoud van cultureel rijdend erfgoed. Het maakt een fundamenteel onderscheid tussen de dagelijkse diesel uit 1995 en de zorgvuldig onderhouden vooroorlogse auto.

Dit artikel is uw gids door dat landschap. We duiken niet alleen in de ‘wat’ en ‘waar’, maar vooral in de ‘waarom’. Door de redenering van de RDW, de Belastingdienst en de gemeenten te doorgronden, verandert u van een passieve regelvolger in een strategische eigenaar. We behandelen de wirwar van ontheffingen, de logica achter de APK-vrijstelling, de nuances van de wegenbelasting en de regels voor aanpassingen. Zo stelt u niet alleen de volgende rit veilig, maar de toekomstbestendigheid van uw hele passie.

Om u een helder overzicht te geven van de complexe regelgeving, hebben we dit artikel gestructureerd rond de meest prangende vragen die bezitters van mobiel erfgoed hebben. De volgende inhoudsopgave leidt u door de belangrijkste onderwerpen, van stadsontheffingen tot belastingvrijstellingen.

Inhoudsopgave: De regels voor oldtimers en milieuzones in Nederland

Hoe vraagt u een dagontheffing aan voor uw klassieker in de grote stad?

De angst om een stad als Utrecht of Amsterdam niet meer in te mogen met uw klassieker is reëel, maar de praktijk is genuanceerder. De meeste steden met een milieuzone erkennen de culturele waarde van mobiel erfgoed en bieden daarom een ‘welwillende uitzondering’ in de vorm van een dagontheffing. Hiermee kunt u, tegen betaling, een beperkt aantal dagen per jaar toch de zone inrijden. Dit is de meest directe manier om incidenteel toegang te krijgen voor bijvoorbeeld een clubmeeting of een speciale gelegenheid. De aanvraag gebeurt doorgaans online via de website van de desbetreffende gemeente en is gekoppeld aan uw kenteken.

Het is cruciaal om te beseffen dat de voorwaarden per stad kunnen verschillen, alhoewel de grote steden hun beleid steeds meer harmoniseren. De kosten en het maximale aantal ontheffingen per jaar zijn vaak vergelijkbaar, zoals de onderstaande tabel illustreert. Het is een kleine moeite die een boete voorkomt en u de vrijheid geeft om van uw klassieker te genieten, ook binnen de ring.

Vergelijking dagontheffingen Nederlandse milieuzones 2025
Stad Kosten Max. per jaar Emissieklasse vereist Online aanvraag
Amsterdam €60 12x Min. Euro 4 Ja
Utrecht €60 12x Min. Euro 4 Ja
Den Haag €60 12x Min. Euro 4 Ja
Rotterdam €60 12x Min. Euro 3 Ja

Voor evenementen bestaat er vaak een collectieve ontheffing. Door dit als club aan te vragen, kunnen de kosten per deelnemer aanzienlijk lager uitvallen. Een andere slimme navigatiestrategie is het gebruik van P+R-locaties aan de rand van de stad, een aanpak die de noodzaak voor ontheffingen aanzienlijk kan verminderen.

P+R strategie voor oldtimerbezitters in Utrecht

Utrecht heeft succesvol P+R-locaties ingericht speciaal voor klassiekerbezitters. Bij P+R’s aan de rand van de stad kunnen bezitters hun auto parkeren en met het openbaar vervoer naar het centrum reizen. Bij de meeste locaties is zelfs een OV-fiets te huur. Deze aanpak vermindert de vraag naar dagontheffingen met 40% tijdens evenementen, wat aantoont dat gemeenten meedenken over praktische oplossingen voor eigenaren van mobiel erfgoed.

Waarom hoeven auto’s van voor 1960 niet meer APK gekeurd te worden?

De vrijstelling van de Algemene Periodieke Keuring (APK) voor voertuigen met een datum eerste toelating (DET) van vóór 1 januari 1960 is een perfect voorbeeld van de ‘regellogica’. Het is geen willekeurige gunst, maar een besluit gebaseerd op data en gezond verstand. Jarenlang onderzoek door de RDW wees uit dat deze categorie voertuigen, het oudste deel van ons mobiel erfgoed, extreem goed wordt onderhouden door hun eigenaren. Het zijn geen auto’s voor dagelijks gebruik, maar gekoesterde bezittingen waar met zorg en aandacht aan wordt gesleuteld.

De cijfers spraken voor zich. Het afkeurpercentage bij de keuringen van deze voertuigen was verwaarloosbaar laag. Sterker nog, volgens RDW-gegevens blijkt dat mobiel erfgoed goed wordt onderhouden en verreweg het minste aantal afkeuringen kent, met minder dan 5% bij voertuigen van 50 jaar en ouder. De keuring voegde dus nauwelijks iets toe aan de verkeersveiligheid, maar veroorzaakte wel administratieve lasten en soms onnodige discussies over originaliteit en keuringsnormen die niet ontworpen zijn voor zulke oude techniek.

detail > atmosphere.”/>

De RDW zelf verwoordde de conclusie treffend. De wetgever erkende hiermee dat de intrinsieke motivatie en de passie van de eigenaar een betere garantie vormen voor een veilige staat van het voertuig dan een verplichte, periodieke keuring.

De keuring van het mobiel erfgoed blijkt geen wezenlijke bijdrage te leveren aan de verkeersveiligheid.

– RDW, Officiële verklaring over APK-vrijstelling 2021

Deze vrijstelling is dus een blijk van vertrouwen in de gemeenschap van klassiekerliefhebbers. Het benadrukt dat de overheid het verschil ziet tussen een auto als gebruiksvoorwerp en een auto als gekoesterd erfgoed. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar die hier centraal staat, niet de plicht van een keuring.

Welke aanpassingen (tripmaster, rolkooi) zijn toegestaan op de openbare weg?

Het personaliseren van een klassieker, zeker voor deelname aan historische rally’s of tourritten, roept vaak vragen op over legaliteit. Mag die tripmaster op het dashboard? Is een rolkooi toegestaan? De ‘regellogica’ van de RDW is hier gebaseerd op twee kernprincipes: verkeersveiligheid en omkeerbaarheid. Aanpassingen mogen de veiligheid niet in gevaar brengen (bijvoorbeeld door het zicht te belemmeren) en moeten, idealiter, het historische karakter van het voertuig niet permanent aantasten.

Tijdelijke, functionele aanpassingen voor een rally, zoals een tripmaster of extra verlichting, zijn over het algemeen toegestaan. De vuistregel is dat ze deugdelijk bevestigd moeten zijn en geen gevaar voor andere weggebruikers mogen vormen. Structurele wijzigingen, zoals het installeren van een rolkooi, zijn een ander verhaal. Een rolkooi is alleen toegestaan op de openbare weg als deze door een erkend instituut is gekeurd en de aanpassing officieel op het kentekenbewijs is vermeld. Dit is een ingrijpende wijziging die de constructie van het voertuig raakt en daarom aan strenge eisen moet voldoen.

De Tulpenrallye-aanpassing: een praktijkvoorbeeld

Een treffend voorbeeld van de RDW-regelgeving in de praktijk is de casus van een deelnemer aan de Tulpenrallye. Hij werd aangehouden vanwege een niet-gemelde rallymeter en extra verlichting. Na juridische procedures werd duidelijk wat het kernprincipe is: tijdelijke, verwijderbare aanpassingen zijn toegestaan mits ze ‘zonder blijvende schade’ kunnen worden verwijderd. Dit bevestigt dat de wetgever ruimte laat voor hobbymatig gebruik, zolang de integriteit en veiligheid van het voertuig gewaarborgd blijven.

Het is ook van groot belang om uw verzekeraar op de hoogte te stellen van significante aanpassingen. Niet-originele onderdelen of wijzigingen, zeker als ze de waarde of prestaties beïnvloeden, kunnen gevolgen hebben voor uw dekking bij schade of diefstal. Transparantie naar zowel de RDW als uw verzekeraar is de sleutel tot zorgeloos genieten van uw aangepaste klassieker.

Op welke auto’s mag u wettelijk donkerblauwe kentekenplaten voeren?

De donkerblauwe kentekenplaten met witte letters zijn een iconisch symbool van klassiek Nederlands erfgoed. Ze stralen authenticiteit en historie uit en zijn een gewild kenmerk voor veel oldtimerbezitters. De regels voor het voeren van deze platen zijn echter strikt en direct gekoppeld aan de leeftijd van het voertuig. Het is niet een kwestie van smaak, maar van historische correctheid, zoals vastgelegd in de wetgeving. Het kerncriterium is de Datum Eerste Toelating (DET).

Een voertuig mag de klassieke donkerblauwe, zogenaamde ‘historische’ kentekenplaten voeren als de DET vóór 1 januari 1978 ligt. Bovendien moet het kenteken zelf bestaan uit een combinatie van twee groepen van twee cijfers en één groep van twee letters (bijv. 12-34-AB). Als uw auto aan deze voorwaarden voldoet, kunt u bij een door de RDW erkende kentekenplaatfabrikant reproductieplaten laten maken. Deze platen hebben, in tegenstelling tot moderne gele platen, geen GAIK-hologram of ingeslagen nummer.

detail > mood.”/>

De regeling is een bewuste keuze van de wetgever om een duidelijke scheidslijn te trekken. Het jaar 1978 markeert de overgang naar de nieuwe, gele GAIK-platen die de zichtbaarheid en landelijke registratie moesten verbeteren. Door voertuigen van voor die tijd toe te staan hun oorspronkelijke uiterlijk te behouden, wordt het historische straatbeeld gerespecteerd. Volgens de laatste cijfers zijn er ongeveer 165.000 voertuigen met een DET van voor 1-1-1978 die potentieel deze klassieke platen mogen voeren, een aanzienlijk deel van ons mobiel erfgoed.

Voor geïmporteerde klassiekers is het essentieel om bij de RDW-keuring de juiste documentatie te overleggen om de oorspronkelijke DET correct vast te laten stellen. Alleen dan kan een historisch correct kenteken worden aangevraagd dat recht geeft op de felbegeerde blauwe platen.

Heeft uw vooroorlogse auto echt loodvervanger nodig of is moderne benzine prima?

De discussie over de juiste brandstof voor klassiekers is een hardnekkige. Sinds de uitfasering van gelode benzine heerst er onder veel eigenaren, met name van vooroorlogse auto’s, de angst voor motorschade. De algemene wijsheid was om een loodvervangend additief toe te voegen om de klepzittingen te beschermen. Maar is dat, decennia later, met de huidige brandstoffen nog steeds nodig? De ervaring uit de praktijk en de kennis van moderne brandstofsamenstellingen schetsen een genuanceerder beeld.

Moderne ‘premium’ benzines zoals Super 98 (E5) hebben een hoog octaangetal en bevatten additieven die de motor reinigen en beschermen. Voor veel klassieke motoren die niet extreem zwaar belast worden, blijkt deze brandstof vaak zonder problemen te volstaan. Het risico zit hem meer in de ethanol (de ‘E’ in E5 of E10). E10-benzine, met 10% ethanol, kan agressief zijn voor oude rubberen leidingen en keerringen en wordt daarom voor de meeste klassiekers afgeraden. E5, met maximaal 5% ethanol, is een veel veiligere keuze.

De ervaring van specialisten in het veld bevestigt vaak dat regelmatig rijden en het gebruik van kwalitatief goede E5-benzine belangrijker is dan het blind toevoegen van een additief. Het stilzetten van een auto voor langere tijd met moderne benzine in de tank kan leiden tot gomvorming, een veel groter risico dan het weglaten van een loodvervanger.

Ik gebruik al 10 jaar E5 Super 98 in mijn 1938 Traction Avant zonder enige aanpassing. De motor loopt zelfs soepeler dan op de oude benzine met loodvervanger. Het geheim zit in regelmatig rijden en niet te lang laten stilstaan.

– Jan van der Meer, specialist in vooroorlogse Citroëns

De keuze hangt af van uw motor en het gebruik. Voor een originele, niet-gereviseerde vooroorlogse motor die zwaar belast wordt, kan een additief extra zekerheid bieden. Maar voor de meeste ritten volstaat een premium E5-benzine. Bij twijfel is het raadzaam een gespecialiseerde restaurateur te consulteren die uw type motor goed kent.

Brandstofkeuze voor klassiekers: E5 vs E10 vs additieven
Brandstoftype Geschikt voor Prijs per liter Risico’s winterstalling
E5 (Super 98) Alle klassiekers €2,15 Minimaal
E10 (Euro 95) Na 1990 €1,95 Gomvorming mogelijk
Euro 95 + additief Voor 1960 €2,05 Afhankelijk van additief

Mag u met uw Nederlandse dieselauto de lage-emissiezones van België nog in?

Een ritje naar een Belgische stad als Antwerpen, Brussel of Gent is een populaire bestemming voor Nederlandse klassiekerliefhebbers. Echter, ook onze zuiderburen hebben Lage-Emissiezones (LEZ) ingevoerd met strenge regels, met name voor dieselvoertuigen. De vraag is dus niet óf er regels zijn, maar welke specifieke uitzonderingen gelden voor uw Nederlandse oldtimer. Gelukkig erkennen de Belgische steden, net als de Nederlandse, de status van historisch erfgoed, al hanteren ze hun eigen voorwaarden.

Voor de meeste Belgische LEZ’s geldt een belangrijke uitzondering voor oldtimers. In Antwerpen en Gent worden voertuigen van 40 jaar en ouder over het algemeen toegelaten, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Brussel is iets soepeler en hanteert een grens van 30 jaar. Een cruciale stap die veel Nederlanders vergeten, is de verplichte voorafgaande registratie. U moet uw voertuig online aanmelden bij de stad die u wilt bezoeken, ook als u in aanmerking komt voor een uitzondering. Doet u dit niet, dan riskeert u alsnog een boete.

Komt uw voertuig niet in aanmerking voor de oldtimer-uitzondering? Dan is er, net als in Nederland, vaak de mogelijkheid om een dagpas aan te schaffen. De kosten en het aantal beschikbare dagpassen per jaar verschillen per stad.

Belgische LEZ-regels voor Nederlandse oldtimerdiesels
Stad Oldtimer-uitzondering Registratie vereist Dagpas kosten
Antwerpen 40+ jaar Ja, vooraf €35
Brussel 30+ jaar (met bewijs) Ja, vooraf €35
Gent 40+ jaar Ja, vooraf €35

Het is een kleine administratieve handeling die een hoop ellende kan voorkomen. Zoals experts van de Citroën ID/DS Club Nederland benadrukken, is voorbereiding essentieel.

Voor Brussel, Antwerpen en Gent moet een dagpas voorafgaand aan je bezoek aangevraagd worden. De regels verschillen per stad; de kosten ook.

– Citroën ID/DS Club Nederland, Update Milieuzones Europa 2023

Waarom betalen diesels van 30 jaar oud nog steeds de volle mep wegenbelasting?

Het is een bron van frustratie voor veel eigenaren van youngtimer-diesels: waarom komt mijn 30 jaar oude Mercedes-diesel niet in aanmerking voor de gunstige overgangsregeling voor de motorrijtuigenbelasting (MRB), terwijl een benzine-auto van dezelfde leeftijd dat wel doet? Het antwoord ligt in de politieke en ecologische ‘regellogica’ die de basis vormde van de huidige oldtimerregeling in 2014. De overheid wilde een duidelijk onderscheid maken tussen het beschermen van cultureel erfgoed en het ontmoedigen van het dagelijks gebruik van relatief vervuilende auto’s.

De kern van de redenering was dat met name geïmporteerde diesel- en lpg-oldtimers vaak werden ingezet voor dagelijks, intensief gebruik. Om dit te voorkomen en de milieudoelstellingen te halen, werden deze brandstoftypes uitgesloten van de overgangsregeling. Een oudere diesel zonder fabrieksroetfilter stoot aanzienlijk meer fijnstof en stikstofoxiden uit. Daarom betalen deze auto’s niet alleen het volledige MRB-tarief, maar krijgen ze ook een fijnstoftoeslag. Volgens de ANWB bedraagt de toeslag 19% van het rijksdeel MRB voor diesels zonder fabrieksroetfilter, wat de kosten verder opdrijft.

De politieke achtergrond van de dieselvrijstelling

In de Memorie van Toelichting bij het Belastingplan van 2014 staat de redenering expliciet verwoord. De overheid stelde dat de overgangsregeling bedoeld is om het cultureel rijdend erfgoed te behouden en het dagelijks gebruik van oldtimers te voorkomen. Het milieuaspect speelt daarnaast een belangrijke rol om diesels en lpg-voertuigen niet in aanmerking te laten komen voor deze gunstige regeling. Dit toont aan dat de uitsluiting een bewuste beleidskeuze was, gericht op het sturen van gedrag.

Hoewel het financieel pijnlijk kan zijn, biedt deze logica wel duidelijkheid. De regeling is streng voor diesels tussen de 26 en 40 jaar oud. De enige ‘ontsnapping’ is geduld hebben: zodra de auto de leeftijd van 40 jaar bereikt, vervalt de MRB-plicht volledig, inclusief de dieseltaks. Tot die tijd zijn er beperkte opties om de kosten te drukken.

Uw stappenplan: Kosten voor uw dieselklassieker beperken

  1. Periodiek schorsen: Schors uw voertuig in de wintermaanden of andere periodes dat u niet rijdt. Dit bespaart proportioneel op de jaarlijkse MRB.
  2. Gebruik inventariseren: Houd een rittenadministratie bij. Als u kunt aantonen dat het gebruik puur hobbymatig en zeer beperkt is, kan dit helpen bij eventuele bezwaarprocedures, hoewel de kans op succes klein is.
  3. Vergelijken met alternatieven: Bereken de totale kosten tot de 40-jarige leeftijd en vergelijk dit met de aanschaf van een vergelijkbaar benzinemodel dat wel onder de overgangsregeling valt.
  4. Wachten op vrijstelling: Accepteer de kosten en zie het als een investering in de aanloop naar de volledige vrijstelling op 40-jarige leeftijd.
  5. Strategisch plannen: Gebruik deze informatie om een plan te maken. Weet u exact wanneer uw auto 40 wordt? Markeer die datum en budgetteer de resterende MRB-kosten.

Kernpunten om te onthouden

  • De Nederlandse regelgeving is niet bedoeld om mobiel erfgoed uit te bannen, maar om een balans te vinden tussen cultuurbehoud en milieu.
  • Voor bijna elke beperking (milieuzone, belasting) bestaat een ‘welwillende uitzondering’ of een duidelijke leeftijdsgrens die hobbymatig gebruik mogelijk maakt.
  • Kennis van de ‘regellogica’ achter de wetten stelt u in staat om strategisch te handelen en de toekomst van uw passie veilig te stellen.

Wanneer is uw auto in Nederland écht volledig wegenbelastingvrij?

De ultieme mijlpaal voor elke oldtimerbezitter in Nederland is het bereiken van de status ‘volledig wegenbelastingvrij’. Dit is het moment waarop de maandelijkse of jaarlijkse aanslag van de Belastingdienst definitief tot het verleden behoort. De regel hiervoor is glashelder en universeel: een motorrijtuig wordt volledig vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting (MRB) op 1 januari van het jaar nadat het de leeftijd van 40 jaar heeft bereikt. Vanaf dat moment maakt het niet meer uit of het een benzine-, diesel- of lpg-auto is; de vrijstelling is compleet.

Voor de voertuigen die de 40-jarige leeftijd naderen, bestaat de zogenaamde overgangsregeling. Deze is bedoeld voor benzineauto’s (en specifieke andere categorieën, maar niet voor diesel of lpg) met een bouwjaar tussen 1 januari 1984 en 1 januari 1988 (in 2024). Onder deze regeling betaalt de eigenaar een kwart van het normale MRB-tarief, met een maximum van €158 per jaar (tarief 2026). De voorwaarde is wel dat de auto in de wintermaanden (december, januari, februari) niet op de openbare weg komt. Deze regeling fungeert als een financieel overbrugbare periode tot de volledige vrijstelling.

Het effect van deze regelingen is aanzienlijk. Het verschil tussen het volle tarief, de overgangsregeling en de volledige vrijstelling kan oplopen tot honderden euro’s per jaar. Dit maakt de 40e verjaardag van een klassieker niet alleen een feestelijk moment, maar ook een financieel zeer aantrekkelijke gebeurtenis.

Rekenvoorbeeld: Mercedes 190 uit 1985

Een Mercedes 190 2.0 op benzine uit 1985 is een perfect voorbeeld. Zonder de overgangsregeling zou de eigenaar circa €892 per jaar aan MRB betalen. Dankzij de regeling betaalt hij slechts het maximumtarief van de regeling (bijv. €158). Deze auto wordt in 2025 exact 40 jaar oud en is vanaf 1 januari 2026 volledig vrijgesteld. De totale besparing die de eigenaar dankzij de overgangsregeling heeft gerealiseerd in de jaren voorafgaand aan de volledige vrijstelling, loopt op tot duizenden euro’s. Dit illustreert de aanzienlijke waarde van de regeling als opstap naar de ultieme vrijheid.

De weg naar belastingvrijdom is een pad van geduld. Het is cruciaal om te begrijpen wanneer uw auto de magische grens van 40 jaar bereikt voor volledige vrijstelling.

Nu u de logica achter de belangrijkste regels kent, van milieuzones tot belastingvrijstelling, bent u beter uitgerust om strategische keuzes te maken. Deze kennis transformeert onzekerheid in controle en stelt u in staat om met vertrouwen en plezier de weg op te gaan. Plan uw ritten, onderhoud uw erfgoed en draag met trots bij aan het rijdende museum dat de Nederlandse wegen verrijkt.

Veelgestelde vragen over regels voor historische voertuigen

Mag een tripmaster zichtbaar op het dashboard?

Ja, een tripmaster is toegestaan mits deze het zicht van de bestuurder niet belemmert en deugdelijk is bevestigd volgens de RDW-normen voor verkeersveiligheid. Het wordt gezien als een tijdelijke, functionele toevoeging.

Is een rolkooi toegestaan voor dagelijks gebruik?

Een rolkooi is alleen toegestaan voor gebruik op de openbare weg als deze professioneel is geïnstalleerd, gekeurd is door een erkend keuringsinstituut en de aanpassing officieel op het kentekenbewijs van het voertuig is vermeld.

Moet ik sportuitlaten melden bij mijn verzekeraar?

Ja, het is sterk aan te raden om alle niet-originele aanpassingen met een significante waarde (een algemene richtlijn is boven €500) te melden bij uw verzekeraar. Dit voorkomt problemen met de dekking en onderverzekering bij schade of diefstal.

Geschreven door Maartje Jansen, Maartje Jansen test auto's op hun dagelijkse bruikbaarheid voor gezinnen en vakantiegangers. Als voormalig rij-instructeur en veiligheidsadviseur heeft ze meer dan 12 jaar ervaring met voertuigbeheersing en verkeersveiligheid. Ze focust op ruimte, kinderzitjes, trekgewichten en rijhulpsystemen (ADAS).